CLI-commando's

Alle commando's van de Cubli-CLI: inloggen, een map koppelen, deployen, terugzetten, variabelen, domeinen en data downloaden.

De Cubli-CLI is het npm-pakket @cubli/cli. Je hebt Node.js 20 of nieuwer nodig. Gebruik hem zonder installatie met npx @cubli/cli <commando>, of installeer hem één keer met npm install -g @cubli/cli; dan heet het commando cubli. In de voorbeelden hieronder staat cubli.

Hulp bij elk commando: cubli --help of cubli <commando> --help.

Inloggen

cubli login

Opent je browser. Controleer de code, kies een werkruimte en klik Toegang geven. De CLI werkt daarna alleen in die werkruimte; wil je een andere, log dan opnieuw in. Je login staat in ~/.config/cubli/cli.json en is 90 dagen geldig.

Op een server of in CI, zonder browser, log je in met een API-token:

cubli login --token <token>

Staat het token in de variabele CUBLI_TOKEN, dan pakt cubli login het daar vanzelf op.

Een map koppelen

cubli projects
cubli link --project <id>

projects toont je projecten met hun id. link koppelt de map waarin je staat aan een service in dat project, en maakt die service als hij nog niet bestaat. De koppeling staat in .cubli.json; gebruikt je map git, dan komt dat bestand in je .gitignore.

Optie Betekenis
--service <naam> De naam van de service (standaard web)
--port <poort> De poort waarop je app luistert, voor een nieuwe service (standaard 8080)

Deployen

cubli up
cubli up -m "nieuw menu"
cubli up --staging

Bouwt de map en zet hem live, met de bouwlog in je terminal. -m geeft een korte notitie mee. --staging zet hem op staging in plaats van productie; je project heeft dan wel staging nodig. Je kunt ook een andere map opgeven: cubli up ./site.

Mislukt het, dan blijft de vorige versie live. Wat er geüpload wordt, lees je in Hoe Cubli je code bouwt.

Volgen, terugzetten en openen

cubli deployments
cubli rollback <deployment-id>
cubli logs -n 200
cubli open
  • deployments: de laatste deploys van de gekoppelde service, met hun status.
  • rollback: zet een eerdere deploy weer live. Er wordt niets opnieuw gebouwd.
  • logs: de laatste regels van de draaiende app (standaard 100).
  • open: opent je site in de browser.

Vooraf controleren

cubli check

Leest je map zonder iets te uploaden: welk framework het is, wat je app gebruikt en welke variabelen je nog moet zetten.

Variabelen

cubli vars
cubli vars set API_KEY=abc123 MODE=live
cubli vars unset MODE

vars toont de variabelen; geheime waarden blijven verborgen. Na set of unset herstart de app met de nieuwe waarden, zonder opnieuw te bouwen. Zie Variabelen.

Domeinen

cubli domains
cubli domains add bakkerijjansen.nl

domains toont de domeinen van de gekoppelde service, met de records die nog gezet moeten worden. add koppelt een domein en toont de DNS-records. Bij een kaal domein komt www er vanzelf bij; met --no-www niet. Met --redirect-to <domein> stuurt het domein bezoekers door naar een ander domein van dezelfde service.

Databases

cubli db export
cubli db import dump.sql.gz --database <id>
  • db export: downloadt de database van de gekoppelde app als ingepakte SQL-dump, standaard in .cubli-data/. Met --database <id> kies je een andere database, met --out <map> een andere plek.
  • db import: vervangt de inhoud van een database door een dump. Zie Een database importeren.

Code en data downloaden

cubli pull ./mijn-site --project <id>
cubli pull ./mijn-site --project <id> --data

pull haalt de code die live staat in een map, en koppelt die map aan de service. Zo begin je aan een app die je vanuit een template maakte, of haal je code terug die alleen bij Cubli staat. Komt de code uit GitHub, dan zegt de CLI dat: wijzig hem dan daar.

Optie Betekenis
--project <id> Het project, als de map nog niet gekoppeld is
--service <naam> De service in dat project (standaard de eerste app)
--force Schrijven in een map waar al bestanden in staan
--data Ook de database en de bestanden (zoals uploads) downloaden, in .cubli-data/

pull schrijft niet in een map waar al bestanden staan, tenzij je --force meegeeft; dan worden bestanden overschreven. Heb je de code al en wil je alleen de database, gebruik dan cubli db export.

.cubli-data/ wordt nooit geüpload door cubli up en blijft buiten git. Het bevat de gegevens van je klanten, ook persoonsgegevens: bewaar het veilig en verwijder het als je klaar bent. Variabelen en geheimen zitten er niet in.

Bij een WordPress-site maakt pull een kopie waarmee je lokaal kunt werken. Zie WordPress lokaal bewerken.

De MCP-server

cubli mcp

Start de lokale MCP-server voor AI-tools zoals Claude Code, Codex en Cursor. Je start hem niet zelf: je AI-tool doet dat. Zie MCP in Claude Code, Codex en Cursor.

Was dit nuttig?

Kom je er niet uit? Mail support@cubli.io, of vraag het vanuit je dashboard: Hulp